Tel en tik
2 tot 5 jaar
Een telspel met kleine beestjes
Tellen is een van de eerste rekenvaardigheden van kinderen. Tussen 2 en 5 jaar leren de meeste kinderen niet alleen getallen opzeggen, maar ook begrijpen dat elk getal voor een hoeveelheid staat.
In onze telspelletjes tellen kinderen beestjes en tikken ze op het bijbehorende getal. Ze kunnen elk beestje aantikken om het als geteld te markeren. Zo leren ze elk ding precies één keer te tellen.
2 tot 5 jaar
Een telspel met kleine beestjes
Veel tweejarigen zeggen al een paar getallen op. Tussen 3 en 4 jaar beginnen ze dingen één voor één af te tellen, met een getal voor elk ding. Dat het laatste getal zegt hoeveel het er zijn, begrijpen de meeste kinderen tussen 3,5 en 5 jaar.
Opzeggen is de getallen op volgorde zeggen, zoals een versje. Tellen is elk ding precies één keer aanwijzen en er een getal bij zeggen. Dat oefent Tel en tik: elk beestje één keer aantikken en dan kiezen hoeveel het er zijn.
Tel samen traptreden, tussendoortjes en speelgoed en vraag aan het eind: ‘Hoeveel?’ Om te beginnen zijn groepjes tot vijf ideaal. Zoek onderweg naar getallen op huisdeuren, bussen en klokken.