Patronenrups
2 tot 6 jaar
Een rupsenspel om patronen te ontdekken
Patronen herkennen is een van de eerste stappen in logisch denken. Als een kind ziet dat na rood, blauw, rood, blauw weer rood komt, ontdekt het een regel en gebruikt het die om te voorspellen wat er hierna komt. Die vaardigheid is een basis voor rekenen, lezen en problemen oplossen.
In onze logicaspelletjes maken kinderen de patronen op een vrolijke rups af: eerst twee kleuren om en om, dan langere patronen met fruit en dieren. Elke instructie wordt voorgelezen en met een plaatje getoond, zodat ook kinderen die nog niet kunnen lezen zelf kunnen spelen.
2 tot 6 jaar
Een rupsenspel om patronen te ontdekken
Veel kinderen kunnen tussen 2 en 3 jaar een eenvoudig patroon van twee delen voortzetten, zoals rood, blauw, rood, blauw. Rond 4 jaar kunnen de meeste langere patronen zoals AAB of ABC nadoen en voortzetten, en met 5 of 6 jaar bedenken veel kinderen hun eigen patronen en zien ze er fouten in.
Patronen leren kinderen om regels te zoeken en die te gebruiken om te voorspellen. Dat is de kern van logisch denken. Het is een vroege rekenvaardigheid die samenhangt met tellen, getallen en vormen, en klanken en letters herkennen die terugkomen helpt ook bij het lezen.
Maak patronen met blokken, kralen, kleurpotloden of tussendoortjes en laat je kind ze voortzetten. Maak klankpatronen met klappen en stampen, en wijs patronen aan op kleding, behang en tegels. Als je kind het goed kan, mag het zelf een patroon maken dat jij voortzet.